avondwandeling
Vanuit mijn raam was de Eusebiustoren in zo’n diepe mist gehuld, dat ik hem niet kon zien. Hierdoor, en om even het huis uit te zijn, maakte ik een wandeling. Het was warm en heel mooi buiten door de bizarre mist en hoe die bewoog over de verlichte toren en door de rokerige geur. Ik vond ‘t prettig om alleen te zijn, want ik moest wat dingen op een rij zetten. Maar een man knoopte een praatje met mij aan. Na wat vriendelijkheden, vertelde hij dat hij graag een relatie wou en hij vroeg of ie bij mij mocht slapen, want hij had geen slaapplek. Ik zei nee. Hij vroeg waarom niet. Ik zei ik vertrouw je niet. Hij vroeg waarom niet. Ik zei ik ken je nog niet. Toen zei hij hoe kan ik je dan leren kennen. Ik zei dat ie eerst maar eens zijn leven op orde moest krijgen, voordat ie überhaupt dacht aan een vriendin. Toen naderden we weer Dudok, waar ik rechts moet afslaan voor thuis, maar ik wou niet dat hij me volgde, dus ik zei tegen hem ik ga hier naar rechts en jij gaat rechtdoor. Dat deed hij en hij zei dat ie mijn advies zou volgen.
Van dit praatje met een dakloze werd ik nou niet bepaald vrolijker. Ook al was ie zelf heel opgewekt, ik vind ‘t verdrietig dat sommige mensen ‘t niet helemaal redden in de wereld. Om toch nog wat van m’n wandeling te maken, liep ik voorbij mijn huis via Musis Sacrum het park in. Daar bleek ‘t te wemelen van de hondenuitlaters! Zo gek dat een park overdag heel veilig voelt en dat je bij nacht in alle passanten een potentiëel gevaar herkent. En vice versa, want ik had geen hond, dus wat had ik voor duistere bedoelingen?
Het was simpelweg heel fijn buiten: het licht, de warmte en de geur.
Reageer