dat wat onbereikbaar is
Iemand voegde mijn nummer toe, maar het geheugen zat vol. Ik voelde jaloezie bij het zien van zoveel sociale contacten. Waarom heb ik dat niet? Waarom heb ik niet duizend kennissen? Onderliggend gevoel is natuurlijk (zoals eerder gezegd): ik ben stom en oninteressant.
Jaloezie is altijd onzekerheid. Het is geen terechte emotie. In mijn geval ook. Ik kies er immers zelf voor om niet veel oppervlakkige contacten te hebben. Ik heb er nooit moeite voor gedaan dat te bereiken en in mijn gedrag naar onbekenden ben ik juist afstandelijk. Soms mis ik het wel; het idee dat je altijd tien mensen kan bellen om iets te gaan drinken, maar ik geloof niet dat dat gaat lukken; ik ben er niet voor geschikt.
Zelfde trouwens met meisjesachtigheid. Tuttigheid. Dat gaat me denk ik ook nooit lukken. En ook daar verlang ik soms naar. Ik zag laatst twee meisjes op de korenmarkt toen we daar een broodje aten zaterdagnacht. Ze hadden allebei ontstellend veel make-up op. In het knalwitte tl-licht zag je goed de foundation, rouge, highlights, wenkbrauwpotlood, oogpotlood, mascara, oogschaduw, lippenstift. Wolk zoete parfumlucht. Lang haar. Ik besefte toen sterk dat ik zo niet ben. Dat ik het niet kan en ook niet wil. Ook al lijkt het me soms zo comfortabel en makkelijk om zo’n duidelijk gedefiniëerde identiteit te hebben, maar waarschijnlijk is dat een vooroordeel van mij.
Reageer