voldoende

Ik sta in een menigte. Ik beweeg niet.
Maar mijn ogen schieten heen en weer. Overal om me heen zijn mensen.
‘Waar… waar…’, zoek ik wanhopig.
Het voelt alsof ik aan het vallen ben.
En iedereen kijkt toe.

Is er iemand die mij ziet?
Besta ik?

Hij staat naast me. Ik zeg: “Grote man”. Hij zegt: “Grote vrouw”.
Andere meningen doen er niet meer toe, want ik herinner me weer:
Ik ben.
Ik ben voldoende.

Reageer