de constante imperfectie hoort er nou eenmaal bij
Ik moet echt de ramen lappen. En de glazen van de douchecel ontdoen van kalk. En het cadeautje geven aan mijn tante die eind december jarig was en waar ik twee weken geleden een cadeautje voor kocht dat ik nog steeds niet gegeven heb. En de deuren schilderen. Ik ben al maanden in mijn hoofd deuren aan het schilderen. Nu nog echt.
Bovenstaande gedachten zijn een constante in mijn leven. Vergeleken met tien jaar geleden ben ik een punctueel en opgeruimd wonder, maar het blijft. Afgelopen maandag heb ik niet avondgegeten. Ik was aan het thuiswerken en het was zomaar ineens zes uur ‘s avonds. Ik rondde mijn werk af en toen was het plots tien voor half zeven. Ik kon alleen nog maar een boterham met pindakaas naar binnen proppen, terwijl ik mijn spullen pakte en er daarna op de fiets achterkwam dat het ijskoud buiten was en de broek die ik aan had heel erg dun. Op de terugweg waren mijn benen en voeten daardoor zo koud geworden dat het pijn deed.
Maar ik ben wel blij dat ik leef. Ondanks de kou, de huishoudelijke taken die nooit af zijn, want als je de keuken schoonmaakt, wordt hij daarna altijd weer vies of je moet alleen nog maar uit eten gaan. Als je een kleine digitale muziekspeler koopt zonder bewegende onderdelen, zodat hij lang meegaat, maar je laat hem in de WC vallen, is hij toch kapot. Het is imperfect en nooit af. Toch ben ik erg blij dat ik leef. Ik vind het ook heel erg fijn dat ik een lichaam heb. Honger is minder prettig, maar eten des te prettiger.
Reageer