onbestemde leeftijd
Elf tot dertien jaar is een onbestemde leeftijd. Ik voelde me geen kind meer, maar ook zeker nog geen puber. Een ongemakkelijke stilte voor de storm. Op een vakantie zeiden kinderen tegen me dat ik raar liep en verdomd, ik zag mijn schaduw met de heupen wiegen. Ik zat al jaren op turnles. In de onbestemde leeftijdsfase verloor ik de onbevreesdheid die ik als kind had. Alles wat ik al kon qua turnen, bleef ik doen, maar nieuwe dingen durfde ik niet. Bij een radslag op de balk plaatste ik mijn handen op de balk, maar mikte mijn benen naast de balk op de veilige mat.
Toen ik tussen mijn twaalfde en dertiende flink de lengte in geschoten was, kreeg men verwachtingen van mij die ik niet waarmaakte. Ik gedroeg me nog steeds als een egocentrisch kind, maar dat pikte men plots niet meer. Voor het eerst ving ik een glimp op van de verantwoordelijkheden die horen bij volwassen worden. Men krijgt verwachtingen. Tegelijkertijd voelde ik me machteloos omdat ik aan deze verwachting op dat moment nog niet kon voldoen.
Halverwege mijn dertiende sloeg het om. De stille onbestemdheid werd opgevuld door twee zaken. Ten eerste werd een belangrijk vraagstuk deel van mijn gedachten: hoe ben ik verbonden met mijn omgeving? Oftewel: wat is mijn identiteit? Ten tweede werd in ieder geval een deel van mijn identiteit plots heel duidelijk: ik ben een vrouw en ik voel me aangetrokken tot mannen.
Reageer