achter je bureautje op het werk
De computer is een verlengstuk van mijn hoofd. Mijn ideeën materialiseren op het scherm. Geconcentreerd op het doel dat ik het liefst vandaag nog af krijg. Zo accuraat mogelijk. Achter mij lopen mensen langs. Er rinkelt een vervelende beltoon. Soms loopt iemand niet achter mij langs, maar op mij af. Ik trek mezelf uit de diepe concentratie. Ik ben niet alleen! Iemand praat tegen mij.
Tijdens de lunch staren veel collega’s net als ik als zombies naar hun brood. Nog verzonken in de concentratiemodus. Ik luister naar de gesprekken die gevoerd worden en als iemand iets grappigs zegt, moet ik heel hard lachen. Dan voel ik opeens mijn gezicht weer.
Er zijn dagen dat ik het liefst niet aangesproken wil worden. Dan wil ik eigenlijk thuis op de bank met een dekentje en een rustig muziekje mijn nagels vijlen. Dan wil ik dat niemand naar me kijkt. Of wel naar me kijkt, maar niet als collega die iets moet presteren, maar als mens dat warmte nodig heeft. Maar op andere dagen vind ik het weer heerlijk om met iedereen een vrolijk babbeltje te maken. Ik geloof dat die wispelturigheid niet voor iedereen te begrijpen is. Het blijven natuurlijk mannen.
like like like!!!!!!!!