dezelfde look sinds puberteit

Spijkerbroek, grijze broek, rode broek en zelfs the occasional rok behoorden de afgelopen jaren tot mijn reguliere garderobe. Een maand geleden heb ik echter een zwarte broek gekocht en nu ben ik terug in de puberteit. Toen droeg ik er natuurlijk een zwart leren motorjack en Dr. Martens bij (ik was wel een puber), maar in essentie is de look hetzelfde: zwarte broek, zwarte schoenen en daarboven iets in een effen kleur.

Ik draag nu wel wat losser zittende kleding dan de megastrakke en onverwoestbare Tark 1 stretchbroeken. Ik herinner me opeens dat ik in die tijd iets van 50 gulden kledinggeld per maand kreeg en dat zo’n broek 160 gulden kostte. Ik spaarde er echt voor! Wat dat betreft ben ik ook weer terug in die tijd. Ik waardeer het weer om te sparen voor een kledingstuk. Uit noodzaak geboren (geweldig huis, geweldige hypotheek), maar toch een waardevolle les.

Terugkomend op de zwarte broek met de zwarte schoenen: ik voel me er ontzettend lekker bij! Betekent dit dat er een soort basislook bestaat waar je je goed bij voelt en die je de rest van je leven zal dragen of waar je in ieder geval van tijd tot tijd op terug zal vallen?

Beveiligd: het hele relaas

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


amsterdam west

Op het schoolplein achter mijn vorige huis stond een stenen olifantje. Het is een snoezig beeldhouwwerkje gemaakt door Hendrik Vreeling:

Olifantje

Hij heeft ook de Disney-figuren op de Eusebiuskerk gemaakt (meer info: mijngelderland.nl). Dit soort leuke weetjes zorgen ervoor dat ik me verbonden voel met de stad waar ik woon. Vandaar dat ik een boekje heb gekocht over de historie van Amsterdam-West. De eerste vrouwelijke architect van Nederland, Margaret Kropholler, heeft een deel van mijn straat ontworpen:

Ik ben er nog niet achter wie ons deel van de straat heeft ontworpen. Genoeg te ontdekken nog!

strategisch stemmen op cohen

Telkens als Job Cohen in een debat te zien is, heb ik de neiging om heel hard door de kamer te roepen: “Ik hou van Job Cohen!!!” Vaak onderdruk ik deze neiging niet. Zo vaak niet, dat mijn huisgenoot het mij verbood: “Als je nog één keer roept dat je van Job Cohen houdt, dan… dan… moet je op hem stemmen!”

Landelijk stem ik altijd GroenLinks. Dat rolt ook altijd netjes uit de stemwijzers. Prinicipieel vind ik het beter dat mensen niet strategisch stemmen, maar stemmen op de partij die ze het beste vinden. Maar ik reken wel op strategische stemmers, want ik hoop toch dat mensen nu PvdA gaan stemmen om niet Rutte als premier te krijgen. Waarom zou ik dan niet voor een keer ook zelf strategisch gaan stemmen?

Cohen is niet briljant in het debat, maar juist dat gebrek aan felheid wint me ook weer voor hem. Hij heeft charisma en een mooie stem. Ik vertrouw hem als bestuurder. De enige reden dat ik PvdA zou stemmen is omdat ik hem graag als premier wil, niet vanwege de standpunten van de partij. Uiteindelijk zal ik waarschijnlijk toch GroenLinks stemmen, omdat bij mij ratio het meestal wint van emotie, maar ik twijfel wel!

waarom retro in is

Op de dansvloer zag ik dit weekend een zwoel dansend paar dat rechtstreeks uit de jaren tachtig was gestapt. Zij droeg een blouse met grote schoudervullingen, hij had grove krullen en droeg een zwarte skinny. Toch zagen ze er superhip-en-happening uit. Op een cover van trendy magazine BLEND staarde een model de wereld in vanuit een bleached spijkerjurkje(!). De jaren tachtig zijn terug. Ook te horen op MTV.

Retro is al twee decennia in. In de jaren negentig was er een opleving van flower power, yoga, wijde pijpen, de heupbroek en rappers met bling. Dit decennium kwam het Adidas trainingspak terug en de walkman, de grote-jaren-’60-zonnebril, de legging, de skinny jeans, de All-Stars sneakers en nu dus de schoudervulling, oh gruwel. Niet alleen is het straatbeeld al twintig jaar retro, ook in huis zijn plastic kuipstoelen, witte meubels en seventies snuisterijen terug van weg geweest.

Wat zorgt er toch voor dat oude trends steeds heropleven? Het zou kunnen zijn dat er al twintig jaar niets vernieuwends gebeurt in de modewereld, maar het is waarschijnlijker dat vernieuwingen om de een of andere reden niet meer zo snel aanslaan als trend en in het straatbeeld zichtbaar worden. Trendsetters, magazines en muziekstations spelen een spilfunctie in het overbrengen van vernieuwingen naar een groter publiek, maar uiteindelijk is het dat grote publiek zelf dat bepaalt of een trend aanslaat (en of een trendsetter trendsettend is). Het heeft dus weinig zin om de modeontwerpers of muzikanten op te roepen met iets nieuws te komen. Nee, we doen het zelf. Wat drijft ons hiertoe?

Ik denk dat het een fin-de-siècle fenomeen is. In de jaren negentig had de retrotrend het karakter van een ererondje: nog eenmaal alles langs. De retrotrend verliep toen ook meer chronologisch en vloeide minder in elkaar over dan in dit decennium, waarin een mix-up trend is ontstaan. De mix-up trend is volgens mij een uiting van fin-de-siècle-angst in dit decennium. Die angst kenmerkt zich in deze tijd door vragen als: waar gaat het heen? Hoe ziet de nieuwe eeuw er uit? Kan er nog vernieuwing zijn? Kan er nog vooruitgang zijn? Kan de (welvaarts)groei steeds maar doorgaan?

De crises in dit decennium dragen hiertoe zeker bij of maken er deel van uit: klimaatverandering, de financiële en economische crisis en nu de problemen rond de euro. Begin 20ᵉ eeuw dacht men dat de Belle Époque uitmondde in decadentie. Begin 21ᵉ eeuw is men er van overtuigd dat ons eigen ongebreideld consumeren het klimaat onherstelbaar heeft veranderd en ook het financiële systeem heeft doen wankelen. “Decadentie en verval” is een metafoor die al millennia een zelfreinigend vermogen heeft op Europese samenlevingen.

Globalisering en de opkomende economieën liggen ook ten grondslag aan de culturele nostalgie. De Westerse cultuur was lange tijd dominant en of ‘we’ deze positie kunnen behouden is niet zo zeker meer. Het besef dat China met zijn jaarlijkse groei van 10% ons nu rap nadert, begint door te dringen. Evenementen als de Olympische Spelen dragen China’s nieuwe positie uit. Het is onzeker of ons huidige welvaartsniveau- en groei stand houdt in een veranderende wereld.

Wat de oorzaken ook zijn, men vindt het verleden blijkbaar interessanter dan de toekomst.

Ik denk echter dat er meer dan genoeg reden is voor optimisme. Internet alleen al is een reden om uit te zien naar de toekomst. De ontsluiting van informatie die internet op dit moment teweeg brengt is ongeëvenaard. De geschiedenis bewijst dat vergroting van kennisdeling de vooruitgang versnelt: taal, schrift, boekdrukkunst. Onze generatie zal ontdekken hoe ingrijpend de internetrevolutie is.

Ook is het fascinerend hoe de opkomende economieën zich ontwikkelen en hoe Europa en de Verenigde Staten daar op een positieve manier op kunnen inspelen. China is immers niet alleen een concurrerende producent; rijkere Chinezen bieden ook een gigantische nieuwe afzetmarkt.

Zelfs op het gebied van het energie- en klimaatprobleem verwacht ik dat onze generatie een doorbraak zal meemaken. Er is een omslagpunt in de kosten van hernieuwbare energiebronnen versus fossiele brandstoffen. Dit omslagpunt nadert met rasse schreden. Als het omslagpunt is bereikt, is het waarschijnlijk dat er een snelle omschakeling naar hernieuwbare energiebronnen plaatsvindt, omdat dat dan simpelweg goedkoper is. Er zijn krachten die met succes elke forcering van deze doorbraak hebben kunnen tegenhouden, maar uiteindelijk lijkt het mij een onontkoombare kwestie van vraag en aanbod.

Laten we onze blik optimisch richten op de toekomst! Dan kunnen de schoudervullingen fijn in de jaren tachtig blijven.

flashback

De grijswitte kiezels zijn vermengd met donkere aarde en kleine takjes. Ik sta op de hoek van een witte bungalow. Aan de zijkant van het huis staan donkergroene struiken. Het raam in donkerhouten kozijnen beslaat de hele voorkant van het huis. Achter het raam zie ik een wand-tot-wand boekenkast, een grote plant en een rookglazen salontafel.

Een leven zonder de onzekerheden van nu. Vol hoop op verandering en optimistisch dat verandering positief is.

fotografisch geheugen

Ik wist niet wat ik vier jaar van mijn leven had gedaan. Ik weet het nog steeds niet allemaal. Maar een deel is terug. Als een opgelapte harde schijf zijn plukjes van mijn geheugen weer hersteld. Na lang zoeken vond ik op zolder de plastic zak met verwaarloosde foto’s en bijbehorende parafernalia (waaronder heel veel metrotickets?). Ik nam de plastic zak onder m’n hoede. Ik begon met op elke fotoenvelop te schrijven uit welk jaar hij kwam. Daarna ging ik de foto’s inplakken. Lekker chronologisch, unlike my memory. Vorige week heb ik 2003 en 2004 gedaan. Later ga ik verder met 2005 en 2006. Dan heb ik de verloren vier jaar weer terug.

Fotoalbums

Mijn geheugen was die vier jaar niet alleen kwijt vanwege gebrek aan een foto-overzicht, maar ook omdat ik in die vier jaar één lange relatie had. Ik hang mijn geheugen namelijk op aan vriendjes. En die vriendjes hang ik dan weer op aan vakanties. Met wie was ik in X? O, dan was het in jaar Y. Het is verstandig als ik van deze geheugenindeling afstap. Straks voel ik mij nog gedwongen de relatie te beëindigen om structuur in mijn verleden aan te brengen. Ik ga het nu indelen op levensgebeurtenissen. Nieuwe baan, nieuw huis, samenwonen, dat soort dingen. Vakanties blijven ook een handige indicator, alleen zijn ze vanaf nu hoogstwaarschijnlijk steeds met dezelfde man.

ik keek er al een jaar naar uit!

Precies een jaar geleden was ik mijn spullen in dozen aan het doen. De dag daarvoor had ik Koninginnedag gevierd in Arnhem. Ik was daar heel blij van geworden en had daarom besloten dat elk jaar in Arnhem te gaan vieren.

Gister was het dan zover! En ik had geen zin. Geen zin om op een vrije dag voor de zestigduizendste keer een uur en een kwartier in de trein te zitten om daarna tegen allerlei bekende gezichten in Arnhem aan te kijken. Ik was er ook te moe voor om uren door de stad te banjeren van de ene band naar de andere. Ik had namelijk de verleiding niet kunnen weerstaan om de nacht ervoor tot half zes te gaan stappen met M. die die nacht in Amsterdam was. Ik heb hem twee jaar geleden op Koninginnedag leren kennen; het was ons jubileum.

M. was helaas best wel ver heen, dus die nacht had ik weinig aan hem (de volgende ochtend hebben we gelukkig nog wel even gezellig gekletst). Maar het was toch een goede avond. Ik hopte steeds van de Maloe Melo naar de Korsakoff afhankelijk van of ik zin had in ouwe lullen en stoffige muziek of in zwart gehulde mensen die stoer doen. Heerlijk. Gek genoeg had ik veel aanspraak. Dat is meestal niet het geval. Op een gegeven moment had ik het gehad met al die zinloze “Kom je hier vaker”-gesprekken, maar zelfs nors aan de bar hangen hielp niet. Het zal wel met het late uur te maken hebben gehad.

Volgend jaar gaat deze zalige treurigheid weer gewoon in Arnhem plaatshebben, maar ik ben blij dat ik het nu ook in Amsterdam kan.

Nog even over M.: hij was die nacht nogal van de kaart. Hij zwalkte en keek raar uit zijn ogen. Op de terugweg moest ik hem met zijn vriendinnetje half naar huis dragen. Ik vond dat niet heel leuk, maar ook niet heel erg. Ik ken zijn levensstijl. Als het leuk is, is het leuk en anders trek ik me er weinig van aan. Mijn gebrek aan schaamtegevoel helpt daar erg bij. En M. is wel Echt – weinig façade. Ik weet niet of dat door de dope komt of dat hij zo is, maar ik weet wel dat ik hem daarom trek. Ik wil zijn drama zeker niet elke week om me heen hebben, maar ik vind het ook wel lekker dat iemand zo leeft. Hedonistisch. Zelf kan ik dat niet.

hele coole thee

In de theewinkel vroeg ik om jasmijnthee, die ene hele lekkere. Met één soepele beweging haalde de jongen de theebus uit het schap, haalde de dop eraf en schoof hem onder mijn neus zodat ik kon ruiken. ”Whoe! Zo lekker!”, riep ik uit. De jongen knikte grinnikend. Hij leek elk moment in breakdancen te kunnen uitbarsten toen hij de thee met losse polsen in de weegschaal schudde. Ik was nog steeds lyrisch over de geur die ik nog levendig herkende van toen ik er de vorige keer zo van genoten had. De jongen gaf aan deze vreugde iets cools, zoals wanneer je in een onderonsje met een muziekverkoper elkaars kennis van een obscure band laat blijken. Ik kon voorkomen dat ik hardop zei: “Die thee is echt wicked“, maar ik dacht het wel.

arme carice van houten

Jensen zei precies wat ik dacht! Hij had het over Carice van Houten en hoe irritant hij haar vindt (zie Snafu afl. 2). Zij is een actrice die de laatste tijd erg wordt geprezen en in veel belangrijke Nederlandse films speelt. Jensen zei niet precies wat ik dacht trouwens, maar hij vertolkte wel het ongenuanceerde deel van mijn gedachten. Hij had ook een erg goed clipje van haar eigen Twitter-pagina.

Ze zit nu in de bloei van haar carrière. Ik zie haar wel eens op tv en dan doet ze zo blasé en zo onverschillig dat het vervelend is om naar te kijken (duidelijk geen sprezzatura). Geniet ze wel van de fase waarin ze zich nu bevindt? Want als ze hier niet van kan genieten, kan ze beter een andere levenskeuze maken dan het streven naar een succesvolle acteercarrière, want dat streven heeft ze bereikt!