Op de dansvloer zag ik dit weekend een zwoel dansend paar dat rechtstreeks uit de jaren tachtig was gestapt. Zij droeg een blouse met grote schoudervullingen, hij had grove krullen en droeg een zwarte skinny. Toch zagen ze er superhip-en-happening uit. Op een cover van trendy magazine BLEND staarde een model de wereld in vanuit een bleached spijkerjurkje(!). De jaren tachtig zijn terug. Ook te horen op MTV.
Retro is al twee decennia in. In de jaren negentig was er een opleving van flower power, yoga, wijde pijpen, de heupbroek en rappers met bling. Dit decennium kwam het Adidas trainingspak terug en de walkman, de grote-jaren-’60-zonnebril, de legging, de skinny jeans, de All-Stars sneakers en nu dus de schoudervulling, oh gruwel. Niet alleen is het straatbeeld al twintig jaar retro, ook in huis zijn plastic kuipstoelen, witte meubels en seventies snuisterijen terug van weg geweest.
Wat zorgt er toch voor dat oude trends steeds heropleven? Het zou kunnen zijn dat er al twintig jaar niets vernieuwends gebeurt in de modewereld, maar het is waarschijnlijker dat vernieuwingen om de een of andere reden niet meer zo snel aanslaan als trend en in het straatbeeld zichtbaar worden. Trendsetters, magazines en muziekstations spelen een spilfunctie in het overbrengen van vernieuwingen naar een groter publiek, maar uiteindelijk is het dat grote publiek zelf dat bepaalt of een trend aanslaat (en of een trendsetter trendsettend is). Het heeft dus weinig zin om de modeontwerpers of muzikanten op te roepen met iets nieuws te komen. Nee, we doen het zelf. Wat drijft ons hiertoe?
Ik denk dat het een fin-de-siècle fenomeen is. In de jaren negentig had de retrotrend het karakter van een ererondje: nog eenmaal alles langs. De retrotrend verliep toen ook meer chronologisch en vloeide minder in elkaar over dan in dit decennium, waarin een mix-up trend is ontstaan. De mix-up trend is volgens mij een uiting van fin-de-siècle-angst in dit decennium. Die angst kenmerkt zich in deze tijd door vragen als: waar gaat het heen? Hoe ziet de nieuwe eeuw er uit? Kan er nog vernieuwing zijn? Kan er nog vooruitgang zijn? Kan de (welvaarts)groei steeds maar doorgaan?
De crises in dit decennium dragen hiertoe zeker bij of maken er deel van uit: klimaatverandering, de financiële en economische crisis en nu de problemen rond de euro. Begin 20ᵉ eeuw dacht men dat de Belle Époque uitmondde in decadentie. Begin 21ᵉ eeuw is men er van overtuigd dat ons eigen ongebreideld consumeren het klimaat onherstelbaar heeft veranderd en ook het financiële systeem heeft doen wankelen. “Decadentie en verval” is een metafoor die al millennia een zelfreinigend vermogen heeft op Europese samenlevingen.
Globalisering en de opkomende economieën liggen ook ten grondslag aan de culturele nostalgie. De Westerse cultuur was lange tijd dominant en of ‘we’ deze positie kunnen behouden is niet zo zeker meer. Het besef dat China met zijn jaarlijkse groei van 10% ons nu rap nadert, begint door te dringen. Evenementen als de Olympische Spelen dragen China’s nieuwe positie uit. Het is onzeker of ons huidige welvaartsniveau- en groei stand houdt in een veranderende wereld.
Wat de oorzaken ook zijn, men vindt het verleden blijkbaar interessanter dan de toekomst.
Ik denk echter dat er meer dan genoeg reden is voor optimisme. Internet alleen al is een reden om uit te zien naar de toekomst. De ontsluiting van informatie die internet op dit moment teweeg brengt is ongeëvenaard. De geschiedenis bewijst dat vergroting van kennisdeling de vooruitgang versnelt: taal, schrift, boekdrukkunst. Onze generatie zal ontdekken hoe ingrijpend de internetrevolutie is.
Ook is het fascinerend hoe de opkomende economieën zich ontwikkelen en hoe Europa en de Verenigde Staten daar op een positieve manier op kunnen inspelen. China is immers niet alleen een concurrerende producent; rijkere Chinezen bieden ook een gigantische nieuwe afzetmarkt.
Zelfs op het gebied van het energie- en klimaatprobleem verwacht ik dat onze generatie een doorbraak zal meemaken. Er is een omslagpunt in de kosten van hernieuwbare energiebronnen versus fossiele brandstoffen. Dit omslagpunt nadert met rasse schreden. Als het omslagpunt is bereikt, is het waarschijnlijk dat er een snelle omschakeling naar hernieuwbare energiebronnen plaatsvindt, omdat dat dan simpelweg goedkoper is. Er zijn krachten die met succes elke forcering van deze doorbraak hebben kunnen tegenhouden, maar uiteindelijk lijkt het mij een onontkoombare kwestie van vraag en aanbod.
Laten we onze blik optimisch richten op de toekomst! Dan kunnen de schoudervullingen fijn in de jaren tachtig blijven.