schoonfamiliedag

Iedereen zei tot driemaal toe dat het een raar stelletje was. Hoe konden zij weten dat mijn vader het meest optrekt met een bipolair en een veganistische kluizenaar? Mijn hele jeugd liepen de zonderlingen bij ons de deur plat. Van een paar wat rood aangelopen, kale mannen met een dikke buik kijk ik niet op.

Ze hadden wel opmerkelijke omgangsvormen. Allemaal broers en zusters, maar de omgang verliep bij de een overdreven formeel en bij de ander overdreven bezorgd-vriendelijk. Aandoenlijk. Ik had de neiging naar sommige mensen toe te lopen en te zeggen: “Hij houdt van je, dat bedoelt ‘ie eigenlijk.” en naar een ander: “Het is goed. Je doet het goed.” Ze hadden niet goed leren communiceren.

Vanwege dit communicatiegebrek namen formaliteiten en rituelen een groot deel van de dag in beslag. Als oplossing. Zo sprak men niet van “een gezellige borrel drinken”, maar van een “drankje nuttigen”. Voor het fijne gevoel werd de dag zowel geopend als gesloten met de dood: bij de opening herdacht men de overleden familieleden en bij de sluiting checkte men wie het graf van de ouders het komende jaar zou verzorgen. De grafverzorgers bleken – zo vertelde een familielid mij naderhand – telkens dezelfde mensen te zijn, maar ze zouden zich maar gepasseerd voelen als de verzorging van het graf en dank daarvoor niet ter sprake was gebracht.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.