Warm gezelschap

Ik zat op een houten balustrade op een winderige plek. De wind beet in mijn nek en ik kreeg het steeds kouder. ‘Het duurt vast niet lang meer’, zei ik tegen mezelf. Nieuwsgierig keek ik naar de langsfietsende mensen. Ik durfde niet verder het park in te lopen, straks stuitte ik nog op het feestje zonder daar iemand te kennen en zonder introductie van de vrienden die onderweg waren. Nee, ik zat daar vast en het enige bankje was bezet.

Toen de wind me een nekkramp had gegeven, stapte ik over mijn scrupules heen en begaf me naar het bankje. Ik zei: “Ik mag hier vast wel bij komen zitten?” Een man zat op de rugleuning. Tussen zijn voeten stond een plastic tas met goedkope halve liters bier. Zijn gezicht was door de zon gebruind. Natuurlijk mocht ik gaan zitten. Toen ie zag dat ik het koud had, zei hij: “Ik raak je niet aan hoor, maar als je iets dichterbij schuift, zit je meer uit de wind.” Toen wilde de man aantonen dat mensen het eigenlijk heel fijn vinden om complimentjes te krijgen. Iedereen die langsliep, kreeg een compliment naar zijn hoofd geslingerd. De vrouwen reageerden niet en liepen zonder te kijken door. Dan zei hij: “Chagrijn”. Een man liep ook door, maar draaide toch om toen hem werd verteld: “Goed gereedschap hangt onder een afdakje!”. Hij reageerde: “En ik gebruik het elke dag!”

De Indische man die tegenover hem stond probeerde hem te matigen: “Mensen vinden het niet altijd fijn om aangesproken te worden, weetje.” Toen kwamen we op een onderwerp wat hij waarschijnlijk al heel vaak had aangesneden. “Ik verdiende € 17.000 per maand”, hij keek me wanhopig aan, “ik had een bouwbedrijf met 11 werknemers. Vrouw, kinderen, ik ben alles kwijt. Ik betrapte mijn vrouw halfnaakt in huis met een Turk. Toen bleek alles op haar naam te staan. Ik ben alles kwijt. Alles. En nu slaap ik al vier weken buiten. Kijk, ik heb mijn nette werkschoenen nog aan mijn voeten. Dit is alles wat ik heb.” Ik zei bemoedigend dat het weer opgebouwd kan worden. “Gewoon klein beginnen. Eerst een uitkering, dan een dak boven je hoofd en daarna een baan. Je kan er weer bovenop komen.” Hij wou geen uitkering. De Indische man vertelde dat hij vaak zwervers in huis heeft gehad om ze te helpen. Dat mensen soms hulp nodig hebben. “Ik ga er nu mee stoppen, moet ook aan mezelf denken, ben al 65, weetje. Maar ik heb altijd geprobeerd mensen te helpen.”

Toen ik even later werd opgepikt door mijn vrienden en we op het feestje waren aanbeland, kon ik niet helpen te denken dat het leuker en warmer was bij de mannen op het bankje.