Aardig

Ik krijg soms zo de kriebels van het woord ‘aardig’. En dan wel in de context van een kunstzinnige uiting. “Wat ik nou zo aardig vind aan dit schilderij”, aldus een taxateur bij Tussen Kunst en Kitsch.

Een aspect van een schilderij is aardig. Het heeft iets neerbuigends. Maar hij is een kenner. Hij mag dat zeggen. Ik krijg er de kriebels van als een willekeurig iemand dat zegt. Een leek kan het zich in mijn ogen blijkbaar niet veroorloven neerbuigend te doen. Het neigt ook naar streberigheid: als ik dat op die manier zeg, hoor ik erbij. Bij de kenners. Kriebels!

Altijd zo gênant dat de dingen waar je je het meest aan ergert, de dingen zijn die je zelf ook doet. Ik ben een streber. Sterker nog, op de dag dat ik me zo ergerde aan ‘aardig’, maakte ik me er schuldig aan. Ik probeerde de anderen te imponeren door mijn kennis doelbewust tentoon te spreiden.

Tijdens de Open Monumentendag was er een rondwandeling door de Transvaalbuurt met een focus op de huizen ontworpen door Willem Diehl, een architect die een belangrijke stempel op Arnhem heeft gedrukt: Luxor, Vestagebouw, Transvaalbuurt, de garage waar nu de trash-winkel Action in huist, een prachtig hoekpand in de stad (Kerkstraat/Pastoorstraat), etc. Heel aardig allemaal.